Support > Wetenschappelijke toelichting

3. Noodzakelijke bestanddelen

3.2. Vetten

Vetten zijn opgebouwd uit de elementen koolstof (C), waterstof (H) en zuurstof (O) en komen voor onder meer onder de vorm van triglyceriden (glycerol + 3 vetzuren). Vetten zijn stoffen met een veelzijdige rol.

Het zijn brandstoffen die een belangrijke energietoevoer verzekeren:
1 g vet levert 38 kJ (of 9 kcal) energie.

De aanbevelingen voor het totaal vetgehalte zijn kleiner dan 30% van de totale energiebehoefte.

Vetten leveren de voor het organisme noodzakelijke vetzuren die de opname van de vetoplosbare vitamines kunnen bevorderen (vit. A, D, E, K). De vetzuren kunnen ingedeeld worden in verzadigde en onverzadigde vetzuren.

  • Verzadigde vetzuren zijn vetzuren waarvan alle niet-eindstandige koolstofatomen gebonden zijn met 2 waterstofatomen.
    Strikt genomen is volgens de aanbevelingen de inname van verzadigde vetzuren niet noodzakelijk. Toch wordt een aanbeveling kleiner dan 10% van de totale energiebehoefte aangegeven.

  • Enkelvoudig-onverzadigde vetzuren zijn vetzuren waar 2 opeenvolgende koolstofatomen 1 waterstofatoom missen. Er is dan 1 dubbele binding tussen twee koolstofatomen. Deze koolstofatomen zijn dus niet verzadigd met waterstofatomen. De enkelvoudig-onverzadigde vetzuren vormen het verschil tussen totaal vetopname en de som van verzadigde vetzuren, meervoudig-onverzadigde vetzuren en transvetzuren. Een aanbeveling hoger dan 10% van de totale energiebehoefte wordt opgegeven.

  • Meervoudig-onverzadigde vetzuren zijn vetzuren waarin 2 of meer dubbele bindingen voorkomen. De belangrijkste meervoudig-onverzadigde vetzuren zijn linolzuur en alfa-linoleenzuur. Linolzuur is één van de vetzuren die we niet zelf in het lichaam kunnen vormen. Het moet opgenomen worden via de voeding.
    De aanbevelingen voorzien voor de meervoudig-onverzadigde vetzuren een ondergrens van 5,3% en een bovengrens van 10% van de totale energiebehoefte.

Vetten rijk aan verzadigde vetzuren hebben een ongunstige invloed op de ontwikkeling van hart- en vaatziekten. Vetten van dierlijke oorsprong, voornamelijk deze aanwezig in vette zuivelproducten, bevatten veel verzadigde vetzuren en cholesterol. Visvetten of visolïen daarentegen bevatten veel meervoudig-onverzadigde vetzuren. De plantaardige vetten (met uitzondering van kokosvet, cacaoboter en palmolie) zijn rijk aan onverzadigde vetzuren die een gunstige invloed hebben ter preventie van hart- en vaatziekten.

> Top

Plantaardige oliën bevatten geen cholesterol.

Cholesterol is een chemisch vrij ingewikkelde stof die enerzijds door het lichaam gemaakt wordt en anderzijds via het voedsel wordt opgenomen. Een te hoge cholesterolopname (maximum 300 mg/dag) is nadelig omdat cholesterol zich afzet tegen de wanden van de slagaders en een vernauwing ervan in de hand werkt.

Verschillende epidemiologische studies toonden aan dat er een nauw verband bestaat tussen het gehalte totaal cholesterol, LDL-cholesterol en het cardiovasculaire risico. LDL-cholesterol staat voor "Low Density Lipoprotein" en wordt vaak de "slechte cholesterol" genoemd. Deze cholesterolrijke partikels transporteren cholesterol nodig voor de synthese van membranen en geslachtshormonen, vanuit de lever naar de perifere weefsels.

Andere studies toonden de beschermende rol van het HDL-cholesterol aan. HDL-cholesterol staat voor "High Density Lipoprotein" en wordt vaak de "goede cholesterol" genoemd. Deze cholesterolrijke partikels spelen een hoofdrol in het terugvoeren naar de lever van cholesterol uit de perifere weefsels. Ze hebben dus een anti-atherogene functie. Plantaardig vet, dat rijk is aan meervoudig-onverzadigde vetzuren, verlaagt het cholesterolgehalte in het bloed, terwijl dierlijk vet dit gehalte verhoogt.

Onze vetconsumptie bestaat uit de opname van "zichtbaar" vet
(olie, boter, margarine) en van "onzichtbaar" vet (koekjes, kaas).
De dagelijkse vetconsumptie wordt best zo laag mogelijk gehouden. Het is aanbevolen vetten rijk aan verzadigde vetzuren te vervangen door vetten rijk aan onverzadigde vetzuren, of dierlijke vetten te vervangen door plantaardige vetten, rijk aan onverzadigde vetzuren.

Er zijn aanwijzingen dat een daling van het vetverbruik een preventieve invloed kan hebben op de ontwikkeling van bepaalde vormen van kanker (dikke darm, borstkanker) en zwaarlijvigheid kan voorkomen.

Bronnen van vetten:

  • Zichtbaar vet: vleesvet, olie, margarine, boter, mayonaise

  • Onzichtbaar vet: in koekjes, kaas, volle melk, frieten, charcuterie, slagroom, roomijs, noten, chips, snacks
Voedingsaanbevelingen voor peuters en kleuters en kinderen ouder dan 3 jaar en volwassenen: VETTEN (in % van de totale energiebehoefte)

> Top

Nutriënten

1 tot 3 jaar

> 3 jaar

Volwassenen

Totaal vet

35 – 40

30 – 35

< 30
Indien alle bronnen van vet in de voeding in aanmerking komen, zal een reductie van de totale vetopname tot 30 %, ook helpen de opname van verzadigde vetzuren te verminderen.

Verzadigde vetzuren

8 – 12

8 – 12

Max 10
Inname niet noodzakelijk.

Enkelvoudige onverzadigde vetzuren (MUFA)

> 12

> 12

> 10

Meervoudige onverzadigde vetzuren (PUFA)

> 8

> 8

5,3 – 10,0

Omega-3 vetzuren

LNA

DHA

EPA

-

0,45 – 1,50

0,10 – 0,40

0,05 – 0,15

-

0,45 – 1,50

0,10 – 0,40

0,05 – 0,15

1,3 – 2,0

> 1

 

> 0,3

Omega-6 vetzuren

LA

AA

-

2 – 5

0,10 – 0,25

-

2 – 5

0,10 – 0,25

4 – 8

> 2

-

Trans vetzuren

 

 

< 1
Streefwaarde 0

Cholesterol

< 300 mg/dag

< 300 mg/dag

< 300 mg/dag
Inname niet noodzakelijk

LNA = α linoleenzuur = C18:3

LA : Linolzuur = C18:2

DHA = Docosahexaeenzuur = C22:6

AA : Arachidonzuur = C20:4

EPA = Eicosapentaeenzuur = C20:5

> Top